Welkom in onze Holebibibliotheek


Draakplaats 2 - 2018 Antwerpen


www.holebibib.be


Open op zaterdag- en zondagnamiddag van 14u tot 16u

De catalogus kan je via deze link doorzoeken.


dinsdag 16 juni 2020

De HolebiBib gooit de deuren terug open vanaf 20/06/2020!

Enkele weken geleden heeft de HolebiBib een alternatieve dienstverlening opgezet. Vanaf zaterdag 20 juni gaan we een stapje verder en openen we terug de deuren voor het lenen en terugbrengen van bibliotheekmaterialen. Dat betekent dat je weer zonder afspraak boeken en films mag komen uitkiezen in de HolebiBib.

We voorzien zoals op alle openbare plaatsen de nodige veiligheidsmaatregelen. Ontsmet bij aankomst je handen (gel voorzien) en bewaar steeds 1,5m afstand van andere bezoekers en van de medewerkers.

Je kan je bezoek voorbereiden door op voorhand de catalogus te raadplegen. Onze bibmedewerkers staan klaar om je te helpen kiezen.

Onze leesclub zal binnenkort ook opnieuw samenkomen. Houd onze website en de Facebookpagina van Het Roze Huis in het oog voor het laatste nieuws. Lezingen mogen nog niet georganiseerd worden, maar uitstel is geen afstel!

We kijken er naar uit om jullie allemaal live terug te zien in onze HolebiBib. Ook Den Draak is terug open, alsook onze lievelingsboekhandel Kartonnen Dozen. Redenen genoeg om snel langs te komen.

woensdag 10 juni 2020

In de HolebiBib: Escal Vigor van Georges Eekhoud

In Escal-Vigor wordt het verhaal verteld van de liefde tussen de adellijke Henry de Kehlmark en Guido, de verstoten zoon van burgemeester en herenboer Govaertz. Na twintig jaar afwezigheid keert dijkgraaf Henry de Kehlmark terug naar het Escal-Vigor, de voorouderlijke burcht in Klaarvatsch, een dorpje op het idyllische eiland Smaragdis. De dijkgraaf geeft een groot feest waarop alle bewoners – rijk en arm, jong en oud – worden uitgenodigd. Hij maakt er kennis met Claudie, de dochter Govaertz, en met haar broertje Guido – de zondenbok van het gezin, een dromerige nietsnut die dan maar koeien moet hoeden op de heide. Claudie heeft haar zinnen gezet op Kehlmark en droomt ervan gravin te worden, maar Kehlmark zelf heeft alleen oog voor de jonge koewachter, in wie hij een zielsgenoot herkent. Hij krijgt de burgemeester en zijn dochter zo ver dat Guido bij hem op het kasteel mag komen wonen. Tussen beide jongemannen bloeit een diepe liefde open, tot groot verdriet van Blandine, de huismeesteres van de burcht en in het verleden kortstondig de geliefde van Kehlmark. Blandine zelf wordt bestookt door Landrillon, de vulgaire rijknecht van de graaf en een al even hebzuchtig sujet als Claudie. Wanneer zowel Landrillon als Claudie bot vangen, nemen ze hun toevlucht tot elkaar om samen de ondergang van de graaf en Guido te beramen. Kehlmark is echter van plan opnieuw in de stad te gaan wonen, alleen met Guido en Blandine. De avond voor hun vertrek viert Klaarvatsch de jaarlijkse kermis van Sint-Olfgar, en dan breekt de hel los in het anders zo rustige dorpje…

Met Escal-Vigor schreef de Franstalige Vlaamse auteur Georges Eekhoud (1854-1927) een verhaal waarin, voor het eerst in de moderne Westerse literatuur, homoseksualiteit op een onverbloemd positieve manier aan bod komt. De symbolistische roman, waarin de auteur een oprecht pleidooi houdt voor de gelijkwaardigheid van elke vorm van liefde, is meteen ook een aanklacht tegen elke discriminatie op grond van afkomst, sociale rang of geloof. De symbolische titel kan worden gelezen als ‘Kracht van de Schelde’, maar vormt ook een bijna volmaakt anagram van Oscar Wilde, voor wie Eekhoud grote bewondering koesterde en van wie hij een gededicaceerd exemplaar van de ‘Ballad of Reading Goal’ had gekregen. Tegelijkertijd handelt het boek over de strijd tussen goed en kwaad en hoe weinig er nodig is om de utopie in gruwel te laten omslaan. Eekhoud, zelf een homoseksueel, moest zich in 1900 voor het Hof van Assisen in Brugge verantwoorden voor zijn boek. De vermeende aanslag op de goede zeden werd geformuleerd als ‘inbreuk op de wet aangaande de persdelicten’: mannenliefde gold volgens de progressieve Belgische rechtspraak niet als strafbaar vergrijp, vandaar de vage aanklacht. Er kwam een actie op gang waarin meer dan tweehonderd Franse en Belgische auteurs hun steun betuigden aan de schrijver. Hun brieven zijn verzameld in een ingebonden map die wordt bewaard in de afdeling manuscripten van de Koninklijke Bibliotheek van België. Eekhoud werd vrijgepleit door advocaat Edmond Picard, maar het proces had diepe sporen nagelaten. Hij voelde zich vervolgd, en erg alleen. In zijn dagboek van 5 februari 1909 noteerde hij: ‘Ik voelde me de voorbije dagen erg bedroefd erg ontmoedigd, erg geïrriteerd. Is de homoseksueel niet de wanhopigste mens die er bestaat?’

Eekhoud had in zijn vroegere werk al heel wat homoseksuele personages opgevoerd en was zich bewust van het risico dat met die keuze gepaard ging. Zo had hij zijn Brusselse uitgever Kistemaeckers in 1892 bij de publicatie van de negen verhalen uit Le Cycle patibulaire (‘Cyclus van het galgenaas’) gewaarschuwd dat hij zich moeilijkheden op de hals zou halen en had hij hem de raad gegeven het boek niet in de boekhandel te verspreiden. Tussen 1890 en 1895 hield Brussels openbaar aanklager Willemaers zich immers onledig met de opsporing van immorele geschriften: ‘monstrueuze romans’ met als mogelijke thema’s necrofilie, ‘abnormale’ of ‘tegennatuurlijke’ liefdes van mannen voor mannen of van vrouwen voor vrouwen.
(Katelijne De Vuyst, vertaalster van het boek)

maandag 18 mei 2020

Aanbevolen: Olie op doek (London Tryptich) van Jonathan Kemp



Bij ’t Verschil verscheen in 2012 een vertaling van de debuutroman van Jonathan Kemp ‘London Triptych’. Kemp laat zijn roman zich afspelen in 1894, 1954 en 1998.
 1894: Jack Rose, een hoerenjongen, komt in contact met Oscar Wilde. Hij zal op het beroemde proces tegen Wilde getuigen. De schrijver mengt hier fictie met historische feiten. Mij deed het erg denken aan de trilogie van Floortje Zwigtman ‘De groene Anjer’: Schijnbewegingen, Tegenspel en Spiegeljongen.
Zou Kemp, een Londenaar, deze reeks gelezen hebben? Weinig waarschijnlijk. Wellicht heeft historisch onderzoek tot een zelfde kader geleid.
Een tweede personage, Colin Read, is een kunstschilder. Hij vecht tegen zijn homoseksuele gevoelens en zoekt uiteindelijk bevrediging in vluchtige contacten. Het Londen van 1954 is niet mals voor homo’s. In zijn zoektocht wordt hij geholpen door Gore,  alweer een hoerenjongen. Gore doet dienst als naaktmodel voor zijn schetsen. Een derde personage, David, verzeilt in de negentiger jaren van vorige eeuw erg jong in Londen en komt met escort en als porno-acteur aan zijn trekken. Hij wordt echter smoorverliefd op een andere pornoster en belandt door drugssmokkel via zijn seksmaat in de gevangenis.
Een triptiek, driemaal  ook prostitutie, drugs, gevangenis. Iets té veel van het ‘goede’? Dat betekent niet dat de verhalen niet diep zouden ingaan op allerhande gevoelens (verlangen, schaamte, schuld…). Ergens schrijft Kemp: “Schuldgevoelens” die meest nutteloze der emoties.
Wat ik wel storend vond in het boek is dat het voortdurend van tijdskader verspringt en ik moeite had om het verhaal te blijven volgen. Je kan natuurlijk alle hoofdstukjes 1894  (enzovoort) aan mekaar plakken. Of misschien doet juist dit de lezer door het boek voorthollen. De vertaling door Johanna M. Pas is schitterend!

Dit debuut won verschillende prijzen en de Engelse (gay)pers was unaniem zeer lovend.
KEMP J., Olie op Doek, ’t Verschil Antwerpen 2012, 277pp. ISBN 9789490952112. 
Verkrijgbaar in de HolebiBib!
Je kan het ook altijd aankopen via Kartonnen Dozen: https://www.kartonnendozenlgbt.be/product/olie-op-doek-drieluik-in-londen/

Recensie door Alex Scheirs
Publicatie Marc Daems

woensdag 13 mei 2020

De HolebiBib is terug bereikbaar!

In deze coronatijden heeft de HolebiBib ook haar steentje bijgedragen om de spreiding van dit vies beestje zo veel mogelijk te beperken. Intussen zetten we de eerste voorzichtige stappen richting versoepeling en willen we onze deuren terug op een kier zetten.
Vanaf zaterdag 16 mei kan je als lid van de HolebiBib boeken & films op afspraak afhalen in onze HolebiBib. De bibliotheek blijft gesloten. Ook alle activiteiten die gepland stonden, worden uitgesteld.
Afhaalservice op afspraak
Vanaf 11 mei kan je maximaal 3 boeken en 2 films reserveren via eenvoudige mail naar holebibib@gmail.com. Je komt je bestelling halen in de HolebiBib op een afgesproken tijdstip, sowieso tijdens de de normale openingstijden, op zaterdag en zondag tussen 14u en 16u. Ga naar http://www.holebibib.be/zoek-in-catalogus  om onze collectie te raadplegen.
Op de afgesproken dag en tijdstip zal een van onze vrijwilligers de boeken/films voor je klaarleggen en meegeven. Het is dus ook niet de bedoeling dat je in de HolebiBib in de boeken gaat verder snuisteren. Dat is voor de (hopelijk nabije) toekomst.
Wat met je geleende boeken/films? We rekenen momenteel vanzelfsprekend geen extra kost voor het langer houden van de boeken/films.Voor boeken/films waarvan de inleverdatum intussen vervallen is, wordt de uitleentermijn automatisch verlengd.
Boeken/films terugbrengenAls je toch geleende boeken/films wenst terug te brengen, dan stuur je best een mail naar holebibib@gmail.com zodat een van onze vrijwilligers zeker aanwezig is. Boeken worden ingeleverd tijdens de normale openingstijden van de HolebiBib, zaterdag en zondag tussen 14u en 16u. Gezien de HolebiBib alleen op afspraak opent, dien je sowieso aan te bellen.We willen het aantal verplaatsingen zo laag mogelijk houden, dus indien we geen mail ontvangen, gaan we er ook vanuit dat je geen boeken komt inleveren.

woensdag 22 april 2020

“De verwarring van de jonge Törless' van Robert Musil - in de Holebibib


“Robert Musil is in Oostenrijk geboren, vijfentwintig jaar oud, en heeft een boek geschreven dat zal blijven.' Met deze bondige profetie opende in 1906 de vermaarde Duitse literatuurcriticus Alfred Kerr zijn bespreking van Musils eerste roman Die Verwirrungen des Zöglings Törless, uit 1906. Musil had de criticus het manuscript toegestuurd, nadat het door verschillende uitgeverijen was geweigerd. Kerrs enthousiaste woorden voorkwamen dat de Törless een curiosum over homo-erotisch sadisme bleef en lanceerden één van de belangrijkste chroniqueurs van de 20ste eeuw.

https://www.nrc.nl/nieuws/2005/12/16/de-schrijver-als-handlezer-11056993-a1061720



http://www.holebibib.be/zoek-in-catalogus?title=&field_auteur1_value=robert+musil&field_boekcategorie_value=&field_boeknr_value=

zaterdag 21 maart 2020

Kroniek van een infectieziekte: 'Dood in Venetië' van Thomas Mann

De dood in Venetië (originele Duitse titel: Der Tod in Venedig) is een novelle van de Duitse schrijver Thomas Mann. De novelle verhaalt van een ouder wordende schrijver, iets over de vijftig, die naar Venetië reist en daar gefascineerd wordt door een veertienjarige jongen. Deze fascinatie belet hem de op dat moment door de cholera geplaagde stad te verlaten, waarmee hij uiteindelijk zijn eigen dood tegemoet treedt.

Der Tod in Venedig werd geschreven in 1911. In 1912 werd het gepubliceerd in een gelimiteerde, door de auteur gesigneerde uitgave van 100 exemplaren en geplaatst in het literaire tijdschrift Neue Rundschau. In 1913 verscheen de publieksuitgave bij Fischer Verlag. De meest recente Nederlandse vertaling is van Hans Hom en dateert uit 2002.

In 1971 werd het verhaal verfilmd door Luchino Visconti en in 1973 ging de opera Death in Venice van Benjamin Britten in première.
https://www.youtube.com/watch?v=-pxn49yWVJk&t=3s

De dood in Venetië begint met een typering van de hoofdpersoon, Gustav von Aschenbach, een succesvol auteur, weduwnaar, de vijftig inmiddels gepasseerd en zojuist om zijn verdiensten in de adelstand verheven. Aschenbach wordt beschreven als een "praktiserend moralist", die zijn kunstenaarschap vooral te danken heeft aan een enorme wilskracht en discipline.

Op het moment dat de novelle begint kampt Aschenbach met een gebrek aan inspiratie en voelt hij onrust, die hem doet besluiten een reis te maken naar het zuiden, uiteindelijk naar Venetië, de stad "van de vergane schoonheid, het esthetische en de dood". Hij neemt er zijn intrek in het Grand Hotel des Bains op het Lido-eiland, tegenover de stad. Tijdens het diner in het hotel zit hij in de buurt van een Poolse familie. Onder hen bevindt zich een veertienjarige jongen in een marinepakje, door wiens schoonheid ("als van een klassiek Grieks beeld") Aschenbach als door een bliksemslag wordt getroffen. Hij begint de familie vanuit afstand te volgen en verneemt dat de jongen Tadzio heet.

Als Aschenbach merkt dat het hete weer in Venetië zijn gezondheid geen goed doet, neemt hij zich in eerste instantie voor de stad te verlaten, maar de aanwezigheid van Tadzio doet hem besluiten het eerste het beste excuus, een kofferverwisseling, aan te grijpen om toch te blijven. In de weken daarna ontwikkelt zijn interesse voor de jongen zich tot een ware obsessie, waarbij hij voortdurend aan hem denkt, steeds zijn nabijheid zoekt, blikken uitwisselt, maar waarbij het niet tot contact komt. In een droom vol dionysische en apollinische symbolen krijgt Aschenbach de aard van zijn gevoelens voor Tadzio geopenbaard.

Het Grandhotel des Bains op het Lido, plaats van handeling.
Wanneer Aschenbach op een gegeven moment een uitstapje maakt naar de binnenstad van Venetië, krijgt hij diverse signalen dat er een infectieziekte door de stad waart. Hij ruikt ook overal desinfectans en krijgt adviezen bepaalde dingen niet te eten. Het blijkt dat er cholera heerst, maar de autoriteiten doen er alles aan om die boodschap te verhullen, omdat ze bang zijn dat de toeristen vertrekken. Alles is onder controle, zo wordt aangegeven. Aschenbach zelf lijkt de boodschap evenzeer te negeren. Hij overweegt nog wel Tadzio en zijn familie te waarschuwen, maar doet dat uiteindelijk niet omdat hij weet dat ze dan het hotel waarschijnlijk zullen verlaten ("Het drong niet zonder ontzetting tot hem door dat hij niet meer zou weten hoe hij moest leven wanneer dit gebeurde").

Ondertussen gaat het spel tussen Aschenbach en Tadzio gewoon door. Aschenbach doet er alles aan om er goed en jonger uit te zien, gebruikt rouge om zijn bleker wordend gezicht te verhullen en verft zelfs zijn haren. Tegen zijn natuur in laat hij zich helemaal meevoeren in zijn gekte ("gekkenhaft"). Tadzio krijgt ondertussen steeds meer door hoezeer Aschenbach hem bewondert, maar verder dan een korte beantwoording van diens blikken komt het nooit, mede doordat de mensen in zijn omgeving de jongen voor de "eenzame oude man" beginnen te waarschuwen. Aschenbach volgt Tadzio en de zijnen nog een keer naar Venetië-stad, maar verliest hen al snel uit het oog, koopt een paar aardbeien en keert terug naar het hotel.

Een paar dagen later hoort Aschenbach in het hotel dat Tadzio en zijn familie Venetië gaan verlaten. Teleurgesteld en verzwakt (hij blijkt geïnfecteerd door de aardbeien) zakt hij neer in een ligstoel bij de lagune. Op een gegeven moment hoort hij Tadzio achter zich ruziën met een andere jongen, waarna deze naar de rand van de zee loopt. Als hij omkijkt naar Aschenbach, meent deze dat hij gewenkt wordt en probeert zich nog een keer op te richten ("Und, wie so oft, machte er sich auf, ihm zu folgen"). De kracht ontbreekt hem echter en hij zakt direct terug in zijn stoel. Kort daarna wordt hij gevonden. Hij is dood.

In De dood in Venetië stelt Mann de problematiek van het kunstenaarschap aan de orde, zoals hij die op het moment van schrijven ook in belangrijke mate zelf ervoer: na het succes van Buddenbrooks (1901) had hij lange tijd geen werk van een vergelijkbare dimensie weten te scheppen> De beschrijving van Aschenbach als moralist en noeste literaire werker was in belangrijke mate op hemzelf van toepassing. Voortdurend stelt de schrijver aan de orde hoe kunstenaarschap, vorm en discipline zowel bevrucht als ondermijnd worden door roes en hartstocht: "Wie ontraadselt wezen en karakter van het kunstenaarschap! Wie begrijpt de innige en instinctmatige versmelting, tucht en teugelloosheid waarop het berust!", zo schrijft hij.

Exemplarisch is de dichotomie tussen het dionysische en het apollinische, als eerder door Nietzsche beschreven: Apollo is de god van de beheersing, discipline, wilskracht, vorm en rede, terwijl Dionysos staat voor passie en voor het volgen van impulsen. Aschenbach, net als Mann zelf, voelt zich een representant van het apollinische, die de dionysische gevoelens systematisch onderdrukt. Zoals de stad een geheim in zich draagt (de cholera-epidemie), zo draagt ook Aschenbach een geheim in zich (zijn liefde voor Tadzio). Vanaf het moment echter dat Aschenbach toegeeft aan zijn impulsen en zijn rationele levenshouding laat varen, lijkt alles wat hij eerder in zijn leven verdrongen heeft naar boven te komen (waaronder zijn homo-erotische gevoelens) en stort zijn wereld direct in, met de dood tot gevolg.

De novelle zit vol symboliek die Mann vooral ontleent aan de klassieke oudheid (Charon, het noodlot, Homerische vergelijkingen, parafrases uit Plato's Faidros). Zelfs de vorm en de indeling in vijf hoofdstukken doen denken aan die van een Griekse tragedie. Ideeën over platonische liefde en schoonheid (Tadzio) keren voortdurend terug, een contrast vindend in decadentie en doodsmotieven (Venetië). Uiteindelijk weet hij geen afweerkrachten meer op te brengen tegen de onvermijdelijke dood, waar hij op afstevent.

Zelf schreef Mann aan zijn vriend, de dichter en essayist Carl Maria Weber, dat zijn novelle een hymnische oorsprong had. Tegelijkertijd is Schopenhauers cultuurpessimisme herkenbaar en noemde hij het na verschijnen "het ernstigste werk dat ik sinds Buddenbrooks geschreven heb".


Bron: Wikipedia